woensdag 18 maart 2015

Pinguïns houden niet van warmte

Phillip Island trekt vier miljoen bezoekers per jaar vanwege de dagelijkse pinguïnparade. Elke avond na zonsondergang komen honderden kleine pinguïns vanuit zee hier aan land om te "socializen": even een tijdje onder de pinguïns zijn, een partner vinden, een nestje maken, een jong opvoeden om daarna weer voor tijden in zee te verdwijnen. In het hoogseizoen kunnen er op één avond tot wel 2.000 pinguïns aan land komen. Wij zitten in het laagseizoen en mogen "slechts" rekenen op een paar honderd pinguïns maar dat lijkt ons al heel bijzonder dus we willen het graag meemaken ook al moeten we ons daarvoor in het massatoerisme storten. De weg naar de parade is lang en druk - ook in het laagseizoen komen er honderden toeristen naar de parade - en in het donker lastig te fietsen. Dus rijden we mee in een busje met nog twee andere toeristen en reisleidster Kirsty. We maken een opmerking over het ons wat tegenvallende weer. "Ja, iedereen denkt altijd dat het in Australië overal en altijd maar warm en droog is. En dan wil je hier pinguïns zien. Dûhûh, in welk klimaat denk je dat pinguïns leven?" Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar nog nooit over heb nagedacht. Het is een vergelijkbaar lesje als twee maanden terug in Nieuw Zeeland: "It is a rainforest, you may expect rain."

Voorafgaand aan de parade rijdt Kirsty ons nog een stukje rond over het eiland en weet er veel en leuk over te vertellen. We maken een korte wandeling over een boardwalk en zien al pinguïns in nestjes en onder de boardwalk. Als het begint te schemeren verschijnen er grote hoeveelheden wallabies (kleiner dan de kangaroes) langs en op de weg. En dan op naar de echte parade. Een bizarre theatershow. Langs het strand staan tribunes opgesteld. Daar zitten we met ons honderden in afwachting van de pinguïns. Ik heb inmiddels een thermohemd, een T-shirt, een flanellen blouse, een fleece-vest en een regnjas aan en ril van de kou. "Ja, dûhûh", zeggen we tegen elkaar. En dan komen de pinguïns, in kleine groepjes. Althans, we moeten aannemen dat het pinguïns zijn. We zitten er zo ver vanaf dat we eigenlijk alleen maar bewegende vlekjes zien. Als we ons terugtrekken achter de tribunes en langs de "wandelroute" van de pinguïns gaan staan kunnen we ze echter heel goed zien, inderdaad een echte parade (zowel van mensen als van pinguïns - wie kijkt er naar welke parade?) Verbazingwekkend dat deze beestjes ondanks het massatoerisme hier jaar in jaar uit blijven komen nestelen. Weliswaar een beetje geholpen door de overheid die grote hoeveelheden nestkastjes voor ze heeft neergezet in de duinen. Als je uit de zee op die kleine pootjes het strand en de rotsen over bent geklauterd is het natuurlijk heerlijk als er al een nestje klaarstaat en je die niet ook nog eens hoeft te graven. 
We zien voor onze neus hoe twee pinguïns dolgelukkig elkaar helemaal vinden, luid piepend en dansend de buikjes tegen elkaar botsen, vleugeltjes om elkaar heenslaan. Wat een show!
Andere pinguïns zijn nog wat minder gelukkig, zijn te moe om hun groepje bij te houden of staan wat afwachtend zoekend in een struikje te ... ik heb het echt gezien ... rillen van de kou. Je zou ze zo een bos gladiolen willen geven.





Als we de volgende ochtend de camping af willen rijden worden we nog aangesproken door één van de leden van de bejaarde Rotary-afdeling met wie we de afgelopen dagen al diverse praatjes maakten. Of we weten dat er vlak na Phillip Island een rail trail - een tot wandel-, fiets- en ruiterpad omgevormde spoorweg - begint die aangenaam fietsen is. Nee, dat wisten we niet en het blijkt een gouden tip. Heerlijk peddelen op zo'n trail, geen verkeer en geen steile hellingen. Ook de dagen die volgen kunnen we regelmatig een stukje trail meepikken. 



Ibissen langs de rail trail

Henk, deze is voor jou!

Van Foster naar Sale rijden we twee dagen over de "Grand Ridge Road", een onverharde bosweg. Behalve af en toe een vrachtwagen volgeladen met boomstammen komen we niets en niemand tegen.  De weg heeft veel los- en vastliggende stenen en bij tijd en wijle stuiteren we alle kanten op. En hij stijgt en stijgt en stijgt. Een ware uitputtingsslag. Precies op de plek waar we een lunchpauze willen staat een picknick-ameublement van de zeven dwergen. Maar net als we lekker zitten heeft de boze heks een leger muggen op ons afgestuurd. Ons eerste afweersysteem - een organische spray die binnen handbereik in de stuurtas zit - haalt niets uit. Dan groffer geschut: een 80% deet-oplossing die ik nog uit Nieuw Zeeland (sandflies!) over heb. De muggen mijden nu inderdaad mijn blote armen en benen maar steken met groot gemak dwars door de fietskleding heen. We proppen een boterham naar binnen en springen zo snel mogelijk weer op de fiets. 


Volgens onze informatie is er een guesthouse in Balook. We kijken reikhalzend uit naar een douche, een maaltijd en een droge, warme en mugvrije overnachting. Voor alle zekerheid bellen we nog even naar het guesthouse om te informeren of ze een kamer vrij hebben. Helaas, ze zijn net een paar dagen gesloten. Maar we mogen onze tent wel in de tuin opzetten, daar zit ook een kraantje. Bij aankomst blijkt Balook uit niet meer dan dit guesthouse te bestaan dus we stellen ons tevreden met de tuin met kraan. Een paar honderd meter verder op vinden we zelfs nog een public toilet. Eten hebben we altijd voldoende bij ons voor onvoorziene omstandigheden en zodra we de pasta met tonijn en erwten op hebben duiken we met vieze plakkerige lijven onder de warme slaapzak want het is weer ijzig koud. Uitgeput maar ook wel trots: 1260 meter geklommen over een onverharde en slechte weg. En toegegeven, door een erg mooi bos.

Na 12 uur slaap ziet de wereld er weer veel beter uit. Scheelt ook dat we weten dat er nu hoofdzakelijk gedaald hoeft te worden en de weg grotendeels verhard gaat zijn. We genieten van de enorme hoeveelheid  bontgekleurde papegaaien die piepend en krijsend om ons heen vliegen. En kaketoes en kookaburra's (hahahaha). Op een gegeven moment vliegt er een grote arend vlak voor me op, ik geloof dat ik harder schrik dan hij. We bereiken een stukje (nauwelijks) bewoonde wereld en vinden met enige moeite de general store in Gormandale. De eigenares vraagt bezorgd of we okay zijn en maakt met alle plezier een kopje koffie voor ons. Ze heeft er zelfs puddingbroodjes bij, er zijn er nog precies twee. Op de pudding is met kaneel een tekening van brandende kaarsjes gemaakt. "Ze zijn toch niet nog van de Kerst?", vraagt Liesbeth bezorgd. Maar nee, verzekert de vrouw ons, het zijn Paasbroodjes. Kakelvers dus. Ik vrees dat ik ze ook opgegeten zou hebben als ze wel nog van de Kerst waren.






Inmiddels zitten we in Bairnsdale. We bouwen een extra rustdag in voor een paar noodzakelijke activiteiten. Zo moet Liesbeth hoognodig naar de kapper, aldus Dennis en Maud, want haar haar Sidney. Ook staat haar fiets bij de fietsenmaker in verband met een vervelend tikkend geluid. Een paar etappes terug liet ze er een fietsenmaker al naar kijken. Die constateerde dat er niets ernstigs was maar na nog een paar dagen continue getik wil ze er toch wel van af en voordat we de echte bergen in gaan willen we toch ook zeker weten dat de fiets in orde is. Tot slot willen we even de tijd nemen om te puzzelen op een alternatieve route door de bergen. De route die we aanvankelijk gepland hadden is grotendeels onverhard en na de ervaringen op de Grand Ridge Road denken we dat het te zwaar gaat worden. Ook hebben we even overwogen vanuit Bairnsdale met openbaar vervoer noordelijker te trekken op zoek naar mooier weer. Maar nu we het mooie weer al in Bairnsdale hebben gevonden laten we die optie even schieten. Bij het visitor centre in Bairnsdale werken drie dames, er zijn geen andere klanten en met plezier en enthousiasme buigen ze zich alledrie over onze vraag naar alternatieve mogelijkheden. Wegenkaarten en internet worden er bijgehaald en er wordt met elkaar overlegd. "There is a shop in Delegate, don't you think so?" Ook de buren op de camping kijken en denken graag met ons mee, er wordt een grote wegenatlas met campinginformatie aangesleept. Na enig gepuzzel zijn we er uit. Het gaat zwaar worden, er zitten stukken onverhard in en we zullen het weer een tijdje zonder voorzieningen (winkels, douches) moeten stellen. Maar het ziet er toch beter uit dan de oorspronkelijke route. En het gaat zonder twijfel mooi worden (blijven).

Als afsluiter een gedicht van Erik van Os dat ik jarenlang aan de muur had hangen en hier onvermijdelijk weer in gedachten komt:
Dag papegaai, zei de pinguïn.
Dag papegaai, zei de papegaai.
Nee, zei de pinguïn, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de papegaai, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de pinguïn, ik ben de pinguïn.
Nee, zei de papegaai, ik ben de pinguïn.
Stomme papegaai, zei de pinguïn.
Stomme pinguïn, zei de papegaai.


2 opmerkingen:

  1. Heerlijk!! Zowel om te lezen als om te beleven ;-) Liefs

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Keep it going! Wederom erg leuk jullie blog te lezen! Erg mooie fotos ook! Groetjes Ivo

    BeantwoordenVerwijderen