vrijdag 24 april 2015

Cooling down in Sunshine State

De eerste jaren van de gevangenenkolonie vanaf 1788 werden gekenmerkt door grote hongersnood. Op de eerste vloot was weliswaar een grote hoeveelheid voedsel meegekomen maar met meer dan 1.000 mensen gaat dat er hard doorheen. De tweede vloot liet een paar jaar op zich wachten en bracht vooral ook nieuwe monden om te voeden. (Al werden de gevangen op de tweede vloot zo dramatisch slecht behandeld en gevoed dat een derde van hen al tijdens de tocht overleed.) De gevangenen waren enigszins op leeftijd geselecteerd - voor het opbouwen van een nieuw land heb je jonge sterke menskracht nodig en de gemiddelde leeftijd van alle in totaal 162.000 gedeporteerde gevangenen was 26 jaar. Maar er was niet geselecteerd op vaardigheden als huizen bouwen of land bebouwen. Er was ook geen kennis van de Australische grond en planten. Het heeft dus enige tijd geduurd voordat men in staat was eigen voedsel te verbouwen. De komst van ervaren boeren als vrije kolonisten die gelokt werden met grote stukken grond en gratis arbeiders heeft daarbij geholpen. Een vergelijkbaar probleem was er met textiel. Kleding raakte versleten maar er was niets om het mee te vervangen en geen mensen die konden weven. Op een gegeven moment werden twee Maori's uit Nieuw Zeeland ontvoerd om de nieuwe kolonie te leren weven met flax. (De vertaling geeft "vlas" maar het is een andere plant dan onze vlas.) Maar weven is bij de Maori een vrouwentaak en de ontvoerde mannen hadden ook geen idee hoe of wat. Na een half jaar zijn ze onverrichter zaken weer teruggebracht naar Nieuw Zeeland.

In de tijd dat Grafton werd gesticht (1830s) was de landbouw goed op gang gekomen. Grafton werd een zeer welvarend stadje vooral door suikerriet en rood cederhout (het "rode goud"). Nu is het één van die slaperige ouderwetse dorpen waar we met veel genoegen doorheen fietsen. De welvaart van weleer is nog goed te zien aan de brede straten met bomen en de fraaie Victoriaanse huizen.


Vanaf Grafton rijden we door een onwaarschijnlijk plat landschap met rivieren, koeien en suikerriet. Vervang dat laatste door maïs en je waant je in Nederland. Er staat een flinke tegenwind en dat is maar goed ook want we stevenen hard op ons eindpunt af en dreigen veel tijd over te houden. Aanvankelijk dachten we in Brisbane misschien nog een auto te huren en naar het noorden te rijden om nog iets van het Great Barrier Reef mee te pakken. Maar we hebben geen zin in een lange autotocht en besluiten in plaats daarvan de laatste dagen heel relaxed en rustig uit te rijden. Een soort van lange cooling down. We rijden halve dagen en genieten van zon, zee en boeken.

Veerboot van Yamba naar Iluka


 Flying Fox

Het postkantoor van Empire Vale

In Byron Bay blijven we een extra dag om wat te wandelen en te zwemmen. Gelet op de sterke golfslag is "overleven in de golven" eigenlijk een betere omschrijving want zwemmen is hier niet echt mogelijk. Het is een geweldig mooie baai en hoewel zeer toeristisch nog niet verpest met lelijke hotels en appartementenbouw zoals we hogerop aan de oostkust nog zullen zien. Als we 's middags terug op de camping komen, ligt er een grote tak over het pad, vlak voor onze tent. "Pas op voor die slang", zeg ik bij wijze van een wat melig grapje. En op dat moment begint de tak te bewegen. Het is een slang van zeker 2,5 meter lang. Niet wetend wat te doen roepen we de hulp in van andere kampeerders. Een Aussie man, biertje in de hand, komt met ons mee naar de onheilsplek waar de slang nog steeds languit over het pad ligt. "O, dat is een python, die zijn niet giftig hoor." Hij slentert naar de slang toe, stampt een paar keer met zijn voet naast de slang op de grond en trapt een beetje tegen de staart. Langzaam glijdt de python onder de auto van de buren. 
In het bruisende uitgaansleven van Byron Bay detoneren wij tussen de korte en nog kortere jurkjes niet maar een heel klein beetje in onze eeuwige afritsbroeken. We trekken ons bijtijds terug om de slaapzak  op te zoeken. Een paar uur later horen we verderop geschreeuw in het Duits: "Eine Schlange!!!" Vermoedelijk een python.

Byron Bay



Rond Byron Bay zijn de bergen terug op onze route. We rijden weer van de kust af over stille steile landweggetjes. Het achterland van de oostkust wordt hier gedomineerd door een hippie-cultuur. In 1973 werd in Nimbin het tweede (en tevens laatste) Aquarius Festival gehouden en veel van de feestgangers bleven in Nimbin en omliggende dorpen hangen om in leefgroepen de idealen van love en peace in de praktijk te brengen. Sindsdien heeft het gebied aantrekkingskracht gehouden op artiesten, milieu-activisten, kleinschalige boeren en mensen met diverse alternatieve levensstijlen. Nimbin wordt ook wel hippie-hoofdstad genoemd, telt overigens slechts zo'n 300 inwoners. De komst van de nieuwe immigranten moet voor de oorspronkelijke bevolking (zuivel- en bananenboeren) schokkend zijn geweest. De soms wat al te overjarige hippies die we op straat zien matchen slecht met het stereotype van de tough Aussie guy. Voor de voorbijkomende fietser valt er veel te genieten in de vorm van heerlijke koffieshops met verantwoorde koeken in relaxte atmosfeer.



Vanuit Murwillumbah nog een laatste regendag - het wordt echt de hele dag niet droog - voor we in Coolangatta de grens tussen New South Wales en Queensland overrijden. Queensland is de Sunshine State, dus vanaf nu wil ik die regenjas echt hiet meer nodig hebben. De kuststrook is hier buitengewoon lelijk maar je hoeft maar heel iets landinwaarts voor mooi landschap. We blijven in het kader van onze lange cooling down dus toch een dagje plakken in Coolangatta en maken een kayaktocht op de Rous - zijtak van de grote Tweed River. Het is heerlijk peddelen door kronkelende kreken tussen mangrove en natuurlijk weer tal van vogels. Onze begeleider, Nick, vertelt dat volgens de Aboriginals de schaterlach van de kookaburra regen aankondigt. Nou zeg, ik word juist altijd zo vrolijk van deze vogel. We horen daarna de kookaburra nog veelvuldig en het weer wordt gelukkig steeds mooier.

De allerlaatste etappe begint met pech. De kabel van Liesbeth's achterderailleur hangt slap, er kan niet meer geschakeld worden. Hij lijkt niet gebroken en we begrijpen niet goed wat er aan de hand is. Dan eerst maar even langs een fietsenmaker. Die legt vriendelijk uit dat ook kabels en derailleurs af en toe een drupje olie nodig hebben, zeker in het extreme Australische klimaat. En inderdaad, een drupje olie doet wonderen. Een beetje gegeneerd maar ook maar ook weer een beetje wijzer gaan we op pad. Van Coolangatta naar Surfers Paradise loopt er grotendeels een fietspad pal langs het strand. Maar wel een typisch Aussie fietspad. Het houdt  regelmatig plotseling op, gaat dan opeens weer verder aan de andere kant van de weg, is dan weer eens niet en dan weer eens wel bewegwijzerd, hobbelt stoepranden op en af, etc. Het begin van Australisch fietstoerisme is er, maar men heeft nog een weg te gaan. Wellicht moeten ze eens een paar Hollanders ontvoeren om een handje te helpen.

En dan bereiken we toch Surfers Paradise, eindpunt van de oorspronkelijke fietsroute (East Coast Explorer). Vanaf hier zijn er geen rustige wegen meer te vinden naar Brisbane, daarom rijden we alleen nog een paar kilometer naar Nerang en pakken daar de trein.

Suikerrietvelden met Mount Warning op de achtergrond

Wie wil er nou niet op de foto in Surfers Paradise?!

Gelukt!

Vandaag, 25 april, is het ANZAC Day. Het Australian and New Zealand Army Corps (ANZAC) werd gevormd in de Eerste Wereldoorlog. 417.000 Australische mannen traden toe tot dit leger, ruim 8% van de totale bevolking. De eerste grote operatie voor het ANZAC was de slag om Gallipoli (toentertijd Ottomaanse Rijk) die op 25 april 1915 begon. Er zijn enorme verliezen geleden in deze slag en zowel voor Nieuw Zeeland als Australië heeft dit een sterke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een nationaal bewustzijn. ANZAC Day is een belangrijke herdenkingsdag, vandaag 100 jaar na dato helemaal. Al wekenlang hebben we in diverse plaatsen waar we doorheen kwamen programma's aangekondigd gezien: kerkdiensten, concerten, parades en nagespeelde veldslagen. In Australië is het een nationale vrije dag, in NZ niet maar is in politiek debat wel voorgesteld om de controversiële Waitangi Day (viering van het verdrag tussen Engeland en Maori's) te vervangen door de ANZAC Day. Tot nu toe heeft dat voorstel het niet gehaald.

Het grote afkicken is nu begonnen. Nog een paar dagen vakantie vieren in Brisbane en omgeving en dan zit het er weer op...


Op het terras van de Gallery of Modern Art in Brisbane valt nog wat wildlife te genieten






2 opmerkingen:

  1. He Annemarie en Co, even een klein berichtje om aan te geven dat het zeer leuk is om jullie verhalen te lezen! Jullie hebben een prachtige reis gemaakt zover en veel mooie momenten met elkaar mogen delen! Geniet van jullie laatste dagen en een goede reis naar huis! Groetjes, Aïcha uit het Gentse :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ha Aïcha, wat leuk dat je ons hebt gevolgd! Tja, time flies when you are having fun. Deze vier maanden zijn omgevlogen. We zijn nu de fietstassen voor een laatste maal aan het inpakken voor de terugreis. Tot gauw,
    Annemarie

    BeantwoordenVerwijderen